zondag 4 juni 2017

Mijn tuin

Vanochtend was het rustig in de polders. De gebruikelijke soorten voor dit tijdstip waren aanwezig.
Ik vind het leuk om dus eens over iets anders te schrijven: mijn tuin.

Mijn achtertuin
Vorig jaar ben ik begonnen om bij te houden wat er allemaal leeft in mijn voor- en achtertuin (en wat er zoal binnen komt vliegen in huis). Dat leverde toen zoveel leuke waarnemingen op, dat ik het dit jaar eerder en consequenter ben gaan bijhouden. En al zijn er nog steeds een heleboel organismen die ik niet op naam kan brengen of kan fotograferen, de lijst begint langzaam een aardige omvang te krijgen.

Inmiddels staat de teller op 269 gedetermineerde soorten en dat is zonder de meeste slakken, een hoop vliegen en muggen, pissenbedden en soorten die te klein zijn om te fotograferen/te determineren.

De grootste groep gedetermineerde dieren zijn de vliegen en muggen (diptera, 61 gedetermineerde soorten). En binnen die groep spannen de zweefvliegen met 26 soorten de kroon:

De Terrasjeskommazweefvlieg Eupeodes corollae

De Enkele-bandzweefvlieg, Epistrophe eligans

De Gewone Pendelvlieg, Helophilus pendulus

Het Variabel Elfje, Meliscaeva auricollis

De Doodskopzweefvlieg, Myathropa florea
Soms vind ik een zeldzaamheid tussen de vliegen. Gisteren zat op het keukenraam een Rode Kamperfoelie-boorvlieg en vorig jaar vond ik een Bont Verfdrupje (een wapenvlieg) in de achtertuin. Alleen de namen zijn al geweldig.

De Rode Kamperfoelie-boorvlieg, Myoleja lucida. Een zeldzame soort.

Een Bont Verfdrupje, Oxycera rara. Een zeldzame wapenvlieg.
De volgende groep met veel soorten is die van de kevers. De meeste kevers zijn goed te fotograferen, maar ik moet nog een manier vinden om de loopkevers te fotograferen zonder ze te vangen. Als je goed gaat kijken, merk je dat veel kevers maar een paar millimeter groot zijn en dus makkelijk over het hoofd gezien worden. Het maakt het fotograferen er niet makkelijker op als je geen echte macro-lens hebt, maar meestal lukt het toch aardig.

Anthocomus equestris, een bastaardweekschildkever. De haren van mijn
arm zijn een mooie maat voor deze kleine kever. 
Hedobia imperalis



Het Leliehaantje, Lilioceris lilii, een fan van onze Kievitsbloemen

Mathinus flaveolus

Elk jaar zitten onze stokrozen vol met de kleine Rhopalapion longirostre,
het stokroossnuitkevertje.

Het vrouwtje van Valgus hemipterus is een opvallende verschijning met
een stekel aan het eind van haar achterlijf.
Wat ik me nooit gerealiseerd had, was dat er zoveel verschillende lieveheersbeestjes rondvliegen in de tuin. Elf (!) verschillende soorten maken gebruik van mijn tuin.

Het Bruin Lieveheersbeestje, Aphidecta obliterata, een kleintje

Het 11-stippelig Lieveheersbeestje, Coccinella undecimpunctata

Viervleklieveheersbeestje, Exochomus quadripustulatus

Het Meeldauwlieveheersbeestje, Halyzia sedecimguttata


De volgende in de lijst zijn de Hymenoptera of vliesvleugeligen. Deze groep omvat de wespen, bijen en mieren. Die laatste heb ik nog niet opgenomen in de lijst, vanwege het lastige fotograferen. Daarnaast zijn de sluipwespen erg moeilijk te determineren zonder gespecialiseerde literatuur, dus daar zijn er meer van te vinden in de tuin dan ik op dit moment met zekerheid kan vaststellen.

De Grote Wolbij, Anthidium manicatum

De Kleine Zeefwesp, Crabro peltarius

Een hongerwesp, Gasteruption-soort 
Perithous septemcinctorius, een mooie sluipwesp



Een onbekende sluipwesp parasiteert op onbekende eitjes

En natuurlijk de alom bekende Honingbij, Apis melifera

Nomada flava, de Gewone Wespbij, is in mei/juni één van de meest
voorkomende bijen in de tuin.
De vijver in de achtertuin is niet groot, maar trekt toch een heleboel verschillende libellen en waterjuffers. In totaal heb ik sinds vorig jaar 9 verschillende soorten kunnen tellen, een onverwacht hoog aantal.

De Grote Keizerlibel, Anax imperator

De Vroege Glazenmaker, Aeshna isoceles, wordt groot in de vijver. Elk
jaar vind ik wel excuviae (larvehuidjes).

Erythromma viridulum, de Kleine Roogoogjuffer.

Een Vuurjuffer, Pyrrhosoma nymphula
De enige groep die minder soorten heeft opgeleverd dan verwacht tot nog toe, zijn de dagvlinders. Buiten het Bont Zandoogje, Groot Koolwitje en Boomblauwtje heb ik nog geen andere soorten kunnen scoren. De nachtvlinders en micro-vlinders hebben daarentegen wel 24 soorten opgeleverd.

Een Boomblauwtje, Celastrina argiolus

Een Paardenkastanjemineermot, Cameraria ohridella

Een Kleine Zomervlinder, Hemithea aestivaria

Een Bruine Snuituil, Hymena proboscidalis

De rups van de Witvlakvlinder, Orgyia antiqua

Bruine Vierbandspanner, Xanthorhoe spadicearia

Een Vogelkersstippelmot, Yponomeuta evonymella
De laatste groep met veel vertegenwoordigers in de tuin zijn de Hemiptera, de wantsen en cicaden. De meeste wantsen zijn redelijk groot, de meeste cicaden redelijk klein. Sommige zijn makkelijk op naam te brengen, sommige moeilijk. Hier een kleine greep uit deze groep die tot nog toe 21 verschillende soorten heeft opgeleverd.

Een Snuitkeverschildwants, Arma custos

Esdoornhalsbandwants, Deraeocoris flavilinea

Een vrouwtje Berkenwants, Elasmucha grisea, bewaakt haar eitjes

Berkensmalsnuit, Kleidocerys resedae

Een Cixius-soort 
Eupteryx aurata


De insecten vormen veruit de grootste groep organismen in de tuin, maar dankzij de vijver zitten er ook nog 4 soorten amfibie: Kleine Watersalamander, Gewone Pad, Groene Kikker en Bruine Kikker.

Kleine Watersalamander, Lissotriton vulgaris, met tientallen aanwezig
in de tuin.
En minimaal 4 zoogdieren bezoeken de tuin: Egel, Huisspitsmuis en Grote Bosmuis komen over de grond. De Gewone Dwergvleermuis bezoekt de tuin via de lucht. Waarschijnlijk komt ook de Bunzing soms langs, want ons konijn is mogelijk door deze marterachtige gedood.

Een dode Huisspitsmuis, Crocidura russula, gevonden in de tuin.
En zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan. Toch leuk dat een lapje grond van zo'n 180m2 (inclusief het huis) zoveel leven herbergt. Het aantal soorten per soortgroep:

Vogels: 10 soorten (maar dat zullen er snel wel meer worden als ik goed oplet)
Zoogdieren: 4 soorten
Amfibieën: 4 soorten
Dagvlinders: 3 soorten (maar dat moet meer kunnen worden)
Nachtvlinders en micro's: 24 soorten
Libellen: 9 soorten
Sprinkhanen: 1 soort
Bijen, wespen en mieren: 32 soorten (maar veel ongedetermineerde sluipwespen en nog geen mieren)
Vliegen en muggen: 61 soorten (maar veel ongedetermineerde soorten)
Kevers: 42 soorten (enkele ongedetermineerde soorten)
Wantsen en cicades: 21 soorten
Overige insecten: 8 soorten
Spinnen: 15 soorten
Duizend- en miljoenpoten: 3 soorten
Slakken: 3 soorten (maar nog lang niet allemaal bekeken)


1 opmerking:

  1. Herman Vermeulen11 juni 2017 om 12:23

    Prachtig verslag, Hans. Verrassend wat je allemaal in je tuin kunt vinden. Mooie foto's ook!

    BeantwoordenVerwijderen